Dit jaar is het 50 jaar geleden dat in Nederland de laatste steenkoolmijnen worden gesloten. Toch zijn er in Parkstad Limburg (een samenwerkingsverband van onder meer Heerlen, Kerkrade, Landgraaf en een paar andere gemeenten) nog steeds veel sporen terug te vinden van het mijnverleden. Op diverse manieren maak ik kennis met de recente geschiedenis van deze regio in Zuidoost-Limburg: een trip in het spoor van de mijnen.
50 jaar geleden
Is het toeval of niet? Op de laatste zaterdag van juni ga ik naar een jubileumviering van mijn vorige werk, FNV Mondiaal, een organisatie die dit jaar 50 jaar bestaat. Na de gezellige reünie reis ik door naar Heerlen, waar mijn komende twee dagen in het teken staan van de mijnen die 50 jaar geleden gesloten werden.

Het is al behoorlijk laat als ik incheck bij Hotel de Rousch. Nog net op tijd om de zonsondergang te zien vanuit mijn kamer. Op het terras van de bijbehorende Auberge de Rousch (het vroegere hotel aan de overkant van de weg), geniet ik met een koud biertje nog even na van het weerzien met mijn oud-collega’s.
In het spoor van de mijnen: start bij het Mijnmuseum

De volgende ochtend fiets ik naar de startlocatie van mijn tweedaagse mijnavontuur: het Nationaal Mijnmuseum. Als ik voor het museum mijn eerste foto’s schiet van het grappige kunstwerk ‘de koele pietjes’, wijst iemand van het museum me op nog iets leuks: een street art aan de onderkant van het gebouw. Het zijn een paar dollende mini-mijnwerkers. Als ik binnen sta, biedt vrijwilliger Bert me aan om een korte rondleiding door het museum te geven. Daar zeg ik geen nee tegen.

Het Nationaal Mijnmuseum blijkt de perfecte start voor deze tweedaagse trip. Bert vertelt me van alles over de historie van de mijnen, over het enorme zware werk in de ‘koel’ (mijn), maar ook over het sociale en culturele leven in de stad.

Zijn eigen vader was destijds werkzaam bij de mijnbouw, weliswaar bovengronds, maar Bert heeft de geschiedenis van de mijntijd met de paplepel binnen gekregen.

Hij laat me zelf, al kruipend onder een houten tafel, ervaren hoe het voor de mijnwerkers geweest moet zijn in de smalle en benauwde mijngangen.
Na regen komt zonneschijn
En natuurlijk is er aandacht voor de donkere tijd die aanbreekt, als Joop den Uyl op 17 december 1965 komt meedelen dat de (staats)mijnen allemaal dicht moeten. Een zware tijd breekt aan voor steden als Heerlen en Kerkrade. Bovenop de grote werkloosheid komt daar ook nog eens het drugsprobleem bij, geïmporteerd door Amerikaanse soldaten die uit Vietnam weg moesten en die Amerika liever kwijt dan rijk was. Een deel komt terecht op militaire bases bij Brunssum en net over de grens in Duitsland.
Maar gelukkig komt er na een aantal sombere jaren weer een omwenteling. De streek krabbelt op en men slaagt er in Parkstad nieuw elan in te blazen. Na regen komt zonneschijn. Het museum laat het hele verhaal zien.

‘Klein Glaspaleis’
Het museum zelf is niet zomaar in een willekeurig pand gevestigd. Vroeger zat hier mijnwerkerswarenhuis Kneepkens. Mijnwerkers en hun vrouwen kochten hier de werkkleding voor in de mijn, maar ook spullen voor in huis. Het gebouw, dat in de volksmond ook wel het ‘klein Glaspaleis’ wordt genoemd, is een bijzonder architectonisch erfgoed van architect Peutz, een naam die ik nog vaker tegen zal komen tijdens mijn tijd in Heerlen.

Dit is een zeer interessant museum waar je in relatief korte tijd veel te weten komt over de geschiedenis van de mijntijd en ook van het enorme belang van de mijnsector voor deze streek. Nadat ik Bert hartelijk bedankt heb voor zijn uitleg, vertrek ik voor een wandelroute door Heerlen onder het motto ‘het mijnverleden op straat’.
Het mijnverleden op straat
‘Het mijnverleden op straat’ is een wandelroute door Heerlen, in de jaren vijftig een van de rijkste steden van Nederland! De steenkoolindustrie zorgt voor een goed inkomen en in het centrum verrijzen luxe warenhuizen. Heerlen is dan dé koopstad van Zuid-Limburg.

Ik begin te lopen met de beschrijving in mijn hand. Het is al behoorlijk warm geworden op deze tropische zondag en ik zoek zoveel mogelijk de schaduw op. Mijn eerste stop is het kunstwerk ‘De Mijnwerker’. Dit indrukwekkende beeld is een eerbetoon aan alle mijnwerkers. Het stelt een mijnwerker voor die zijn ogen beschermt tegen het felle licht als hij uit de mijnen komt.

Ik wandel verder en zie mijn eerste street art van de dag: ‘Koolpiet’. Dit werk zit vol verwijzingen naar de mijntijd. Ben benieuwd of jij weet waarom er een kanariepiet op staat? Later in dit artikel volgt de uitleg. Oh ja, alvast een tip van de sluier: mijnwerkers worden in die tijd ook wel ‘koelpieten’ genoemd. Koel is Limburgs voor mijn.
Chique winkelstraten
De wandelroute voert mij langs allerlei plekken die met de mijntijd te maken hebben. Ook passeer ik dé winkelstraat van Heerlen, de Saroleastraat, waar je nog steeds de grandeur van vroeger kunt zien als je een beetje omhoog kijkt. Bij het station passeer ik het Visit Zuid-Limburg Experience Centre, dat vandaag gesloten is. Iets verderop loop ik langs het oude hoofdkantoor van de Oranje-Nassau mijnen.
Schachtgebouw Oranje-Nassau 1

Een bijzondere plek vlakbij het spoor is een van de laatste overgebleven schachtgebouwen van de Oranje-Nassau 1. Hier wordt op 31 december 1974 de allerlaatste steenkool omhoog gehaald om vervolgens gesloopt te worden. Gelukkig wordt een deel weer opgebouwd en nu is dit monument onderdeel van het Mijnmuseum.

Je kunt het regelmatig bezoeken, maar vandaag is het helaas gesloten. Toch slaag ik er in dichter bij te komen om wat foto’s te maken, gewoon even omlopen via het oude CBS-gebouw.
Huis de Luiff en het Glaspaleis Schunk

Huis de Luiff is een woonhuis uit de zeventiende eeuw, het enige huis dat de tand des tijds in Heerlen heeft weten te doorstaan. Ooit een apothekerswoning, maar vanaf 1921 de plek waar diverse organisaties de belangen van mijnen behartigden. En in dit huis vond een van de eerste vergaderingen plaats ter voorbereiding op de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Je zou kunnen zeggen dat hier de bakermat ligt van de huidige Europese Unie.

De laatste stop op deze inmiddels behoorlijk tropische stadswandeling is warenhuis Schunck. Dit Glaspaleis van de al genoemde architect Peutz is het symbool van de welvaart die de mijnen naar Heerlen bracht. Textielhandelaar Schunck vestigde er een luxe warenhuis in. Het is zeker een opvallend gebouw met al dat glas en wordt tegenwoordig door een internationale groep van architecten gerekend tot een van de 1000 belangrijkste gebouwen van de wereld.

Terug in de binnenstad van Heerlen loop ik door naar bakkerij Voncken alwaar ik mezelf trakteer op een lekker stuk aardbeienvlaai, een koffie en een groot glas water. Ik ken deze plek van een eerdere wandeling door Heerlen.
Discovery museum in Kerkrade
Als ik weer een beetje ben afgekoeld, loop ik naar het station waar ik met de trein naar Kerkrade ga. Bestemming is het Discovery Museum. Voor mij een bekende plek want in 2018 breng ik hier een inspirerende middag door met mijn gezin in het kader van de Vakantaseren Tienertest van Zuid-Limburg. Unaniem verkiezen zij deze plek tot hun favoriete activiteit van de test.

De directe aanleiding voor mijn bezoek vandaag is de schatkamer van het museum. Daarin staan tal van parafernalia uit de mijntijd. Dankzij mijn rondleiding in het Mijnmuseum kan ik veel zaken beter plaatsen. Het penningenbord, de mijnlampen et cetera. Erg mooi vind ik het glas-in-lood werk dat door mijnwerkers zelf is gemaakt. Ik kijk op mijn gemak rond en nu ik hier toch ben, maak ik van de gelegenheid gebruik de rest van het museum ook te bewonderen.

Vooral het multimediale ‘Revolutie Aarde’ maakt een grote indruk op me. Dit is Vakantaseren met hoofdletter V. Op mijn buik liggend kijk ik door een glasplaat naar de mooiste plekken op aarde. Alsof ik er in een luchtballon boven hang. Fantastisch.
Als ik het museum verlaat, weet ik zeker dat als ik mijn kinderen had meegenomen, ze dit weer zeer leuk hadden gevonden.
Mijn tatoeage

Terug in Heerlen herinner ik me ineens de foto-expositie ‘Mijn tatoeage’ die beneden bij het station op een klein pleintje staat. Het is een indrukwekkende tentoonstelling van foto’s van bewoners van Parkstad Limburg die via hun tattoos een eerbetoon geven aan het mijnverleden van hun ouders of deze streek. Ondanks de hitte neem ik de tijd om alle foto’s te bekijken. Een echte aanrader als je hier in de buurt bent. (N.b. deze tentoonstelling is t/m 7 november te zien op verschillende locaties in Parkstad. Klik hier voor de actuele locatie).

En dan is het wel genoeg voor vandaag. Ik fiets terug naar mijn hotel, neem een verkwikkende douche en installeer me rond een uur of 7 op het terras van de Auberge. Een aangename plek aan de rand van een park en een watertje. En die asperges met gerookte zalm met een bijpassende witte wijn smaken heerlijk na deze intensieve en warme dag.

Ik raak aan de praat met de eigenaar, Henri. Het is me al eerder opgevallen dat hij bij zowel ontbijt als diner bij alle gasten even persoonlijk informeert of alles naar wens is. Hij schuift aan en hij vertelt over de geschiedenis van deze plek. Een hotel dat al vele decennia door dezelfde familie wordt gerund. Leuk om wat meer te horen over het verhaal achter deze fijne plek.
Street art en de mijnen

De volgende dag meld ik me rond een uur of 10 bij het Visitor Experience Centre bij het station voor mijn afspraak met gids Rudi. Hij zal me een rondleiding geven langs allerlei street art in de stad die te maken heeft met het mijnverleden. Ik heb al eens eerder met Rudi een stadswandeling gemaakt door Heerlen voor een speurtocht naar de middeleeuwen.

Het is nog redelijk vroeg, maar vandaag belooft het een nog warmere dag te worden, dus we gaan meteen op pad. De eerste stop is bij een street art werk dat ik al een paar keer heb gezien: Heron. Ik wist echter niet het verhaal hierachter. Dat vertelt Rudi me nu. ‘Heron’ is als een soort Phoenix die uit zijn as herrijst. De ‘as’ is in dit geval dan het mijnverleden, maar ook de drugstijd van deze stad. Een erg mooie mural waarop veel te zien valt.
Rudi is een echte street art fan en weet er het nodige van. Hij gaat ook regelmatig naar andere steden om daar te genieten van muurschilderingen.

Een volgende stop is het ‘Aurora’ project, het grootste street art werk van Europa! Het is een complex met 228 appartementen met 18.000 m2 muuroppervlak dat in samenwerking met de bewoners wordt beschilderd. Op alle gevels bij elkaar staat de dichtregel ‘In het hart van elke winter leeft een trillende lente’ van Kahlil Gibran. Voor de woningbouwcoöperatie is dit project een mooi experiment om de huurders actief te betrekken bij het opknappen wat hopelijk leidt tot meer trots en meer gemeenschapsgevoel.
Kraaien en grappige mini-miners

We passeren tal van kunstwerken die te maken hebben met het mijnverleden van de stad. Het leukste is natuurlijk om deze street art zelf een keer tijdens een stadswandeling met Rudi te bekijken. Zelf vind ik de mini-miners die overal in de stad te zien zijn, erg leuk. Deze street art met een knipoog is een paar jaar geleden gemaakt in samenwerking met het Mijnmuseum. Ook de kraaien die je her en der in de stad ziet, zijn een terugkerend onderwerp van een lokale kunstenaar.

Van één muurschildering ben ik je nog een toelichting verschuldigd. Herinner je ‘Koolpiet’ nog?
Ook daar komen we vandaag uiteraard langs. De kanarie was namelijk ooit een belangrijke collega van de mijnwerker. Om te waarschuwen voor brandbaar mijngas nemen mijnwerkers kanaries mee. Al bij een klein beetje gas gaan die letterlijk van hun stokje, het teken dat je als de wiedeweerga weg moet uit de mijngang. Wist jij dat al? Deze mural is de meest gefotografeerde van de hele stad en won in 2016 zelfs de Dutch Street Art Award!

Verdwenen pareltje
Van een eerdere street art wandeling in 2018 herinner ik me een bijzonder mooie mural over de mijnen. Die is verdwenen, vertelt Rudi, omdat het gebouw weg is. Zo gaat dat met street art, het komt en het gaat. Gelukkig heb ik de foto nog…

We lopen inmiddels al een paar uur door de stad en ik vind het wel een goed moment om Rudi te trakteren op een drankje met versnapering. Bij café Het zwarte goud, een toepasselijke plek.
Ik heb vandaag nog een activiteit op mijn programma staan, een 60 km lange fietstocht door Parkstad in het spoor van de mijnen. Gezien de hitte en de resterende tijd die ik heb, lijkt het me geen goed idee de hele fietstocht te doen. Daarom vraag ik aan Rudi of hij een aantal highlights kan aanvinken in mijn routegidsje. Zo gezegd, zo gedaan.
Fietstocht in het spoor van de mijnen

Dit is een fietstocht langs bekende en onbekende plekken die allemaal een link hebben met de steenkoolproductie die in dit gebied het leven van bijna iedereen bepaalde. Mijn eerste halte is de Gedachteniskapel van de mijnwerkers in Landgraaf. Oorspronkelijk is dit het lijkenhuisje van de verongelukte mijnwerkers uit de Wilhelminamijn. Daarna wordt het een transformatorhuisje. Aan het begin van deze eeuw wordt het op initiatief van een oud-mijnwerker omgebouwd tot een herinneringskapel. Het is een gedenkplaats voor alle mijnwerkers die onder- en bovengronds zijn omgekomen tijdens hun werk in de mijnindustrie. In en naast de kapel kun je alle namen lezen. Een indrukwekkende plek waar je wel even stil van wordt.

Vanaf de Gedachteniskapel fiets ik door naar Kerkrade. In het centrum bij de Markt ga ik op zoek naar D’r Joep. Hij blijkt helemaal ingebouwd te staan tussen allerlei kermisattracties.

D’r Joep is een nationaal mijnwerkersmonument én het symbool voor Kerkrade. Hij wordt uitvoerig bezongen in heel veel liedjes en bij bijzondere gebeurtenissen.

De laatste stop: Schacht Nuland
Het is al halverwege de middag. Ik zit even uit te puffen op het terras op de Markt in Kerkrade, het is nu echt tropisch warm en ik heb nog maar twee streepjes stroom voor mijn e-bike.

Ik hak een knoop door, ik zal nog een plek bezoeken en dan terugfietsen naar het hotel. Die laatste stop ligt ook in Kerkrade: de schacht Nuland.

Deze fotogenieke plek is een van de twee laatste mijnschachten die in Nederland is overgebleven. Dit monumentale gebouw wordt tegenwoordig gerund door een groep vrijwilligers. Zij verzorgen de rondleidingen en vertellen persoonlijke verhalen van oud-mijnwerkers.
Maar niet vandaag, het hek is gesloten en ik moet me beperken tot het nemen van een paar foto’s. Tijd om terug te gaan. De twee streepjes batterij worden er een en zo’n 200 meter voor het hotel, is de accu leeg. Het laatste stukje bergop naar mijn hotel moet ik lopen.
Het zit erop. Ik heb veel geleerd tijdens deze twee dagen in het spoor van de mijnen. Met terugwerkende kracht heb ik veel respect gekregen voor de mijnwerkers die onder bizar zware omstandigheden hun werk moesten doen. Vaak ten koste van hun gezondheid. En die met hun gezinnen na de sluiting 50 jaar geleden een moeilijke periode tegemoet gingen. Maar na regen komt zonneschijn en ik denk dat Parkstad een zonnige toekomst voor zich heeft, waarin we met respect het mijnverleden een bijzondere plek kunnen geven. Mijntijd zit erop voor nu.
Praktische informatie
Wil je meer weten over de geschiedenis van de steenkool in Zuid-Limburg, dan is dit boek van Marica Luyten echt een aanrader.
Het Nationaal Mijnmuseum is de ideale start om meer te weten te komen over de mijngeschiedenis van Parkstad. Op de website vind je openingstijden en toegangsprijzen. De Museumkaart is hier niet geldig.
Het Mijnmuseum is het vertrekpunt voor de stadswandeling ´Mijnverleden op straat door Heerlen´, een tocht van circa 3,3 km in de stad. Er is een handige plattegrond verkrijgbaar (€1,-) bij zowel het Mijnmuseum als bij het Visitor Zuid-Limburg Experience Heerlen-Parkstad bij het station.
Het Discovery Centrum ligt naast het station Kerkrade Centrum. Openingstijden, actuele tentoonstellingen en toegangsprijzen vind je op de website. Een museumjaarkaart is hier geldig.
Een street art wandeling (over het thema mijnen, maar ook breder) is te boeken bij Rudi Jansen van Heerlen Totaal. Boeken doe je via Street art Heerlen

De fietstocht ‘In het spoor van de mijnen’ van Visit Zuid-Limburg is verkrijgbaar bij het Experience Centre, maar ook bij het hotel.
Meer informatie en inspiratie over het mijnverleden vind je op de website van Visit Zuid-Limburg.
Overnachten bij Hotel de Rousch

Tijdens mijn tijd in Heerlen heb ik overnacht bij Hotel de Rousch, een heerlijk viersterren familiehotel gelegen in een groene omgeving met ruime kamers en een prachtig uitzicht op Parkstad. Aan de overkant van het (nieuwe) hotel ligt Auberge de Rousch waar je aangenaam kunt dineren op een van de diverse buitenterrassen of binnen, in de nieuwe winterserre of eetzaal. Reserveer jouw kamer bij Hotel de Rousch via deze link en geniet net als ik van een heerlijk viersterren verblijf. Doe je de hartelijke groeten aan Henri?

Geen artikel meer missen?
Wil je geen artikel meer missen? Abonneer je dan op mijn gratis nieuwsbrief met ieder kwartaal nieuwe reisinpiratie. Abonneren doe je hier.
Samenwerking
Dit artikel is tot stand gekomen dankzij een samenwerking met Visit Zuid-Limburg. Graag dank ik alle ondernemers en andere partners die mijn bezoek tot een aangename en interessante trip hebben gemaakt. De eindredactie was in handen van Astrid van Unen van U-producties. Alle foto´s van deze trip kun je terugkijken via mijn Instagram.



2 reacties
Marcel Put
Beste Mario, geweldig dat je onze mooie (voormalige) Oostelijke Mijnstreek hebt bezocht en beschreven. Het is alleen jammer en eigenlijk ook een beetje een schande dat je door de verschillende instellingen met historische flauwekul wordt gevoed. Een schande omdat er historici zijn, waaronder ik, die steeds opnieuw duidelijk maken dat hetgeen zij in hun gelikte brochures en aangeboden rondleidingen beweren niet klopt. Ik noem de zaken uit je artikel. 1. Niet alleen de staatsmijnen (dat waren er 4), maar alle mijnen moesten dicht. Ook de 8 particuliere. 2. Heerlen was nooit de op een na rijkste stad van Nederland. Er wordt ook nooit bij gezegd op basis waarvan dit zo zou zijn geweest. Gemiddelde belasting, totale verdiensten (van wie) of anders? Er is totaal geen bewijs voor. 3. In Huize de Luif zijn nooit voorvergaderingen van de EGKS gehouden. Het was het kantoor van de Mijn Industrie Raad, het overlegorgaan van werkgevers en werknemers in de mijnbouw. 4. De kanarie was er niet om giftige gassen op te sporen, maar heel vroeger om te zien of er nog genoeg zuurstof was. Misschien kun je deze historische fouten nog verbeteren, want het is wat dat betreft vechten tegen de bierkaai. De aanvankelijke opzet en inhoud van het Mijnmuseum en de roman Het geluk van Limburg maken de verspreiding van historische nonsens over het mijnverleden helaas alleen maar erger.
vakantaseren
Bedankt voor je uitgebreide reactie. Ik heb gebruik gemaakt van de bronnen die me zijn aangeboden. Als die info niet klopt, is dat inderdaad spijtig. Voor zover mogelijk, zal ik de fouten corrigeren.